zaterdag 16 januari 2010

Corn Island

Door Tim Dijkmans



Afgelopen weekend ging ik met Wen en Kristel naar Little Corn Island. Vol goede moed vertrokken we vrijdag met het vliegtuig naar Big Corn Island om daarna met een panga naar Little Corn te varen. Het was een heftig tochtje, maar tegen de avond kwamen we toch aan op onze bestemming. Nog 20 minuutjes in het donker naar de noordkant van het eiland lopen bleek avontuurlijk, maar goed te doen. Gewapend met onze zaklamp kwamen we aan bij een groepje cabaña’s. In het donker hadden we een mooie uitgezocht waar de bomen door het dak groeiden, de hut was helemaal gemaakt van boomstammen, bladeren en stenen. Het waaide lekker door, maar dat was geen probleem op dit moment.

De volgende ochtend was het weer vrij goed, stevig windje, maar toch prima strandweer. Dat schikte want onze hut stond pal aan het strand. Snorkelen hebben we nog wel geprobeerd, maar de golven waren dusdanig hoog dat het zicht behoorlijk troebel was. We zochten ons heil dus maar op het land en hebben een beetje gechilld op ons eigen stukje bountystrand. In de avond maakte de Italiaanse chef een rondon. Dat is een Nicaraguaanse soep met daarbij een vers visje. De muziek werd verzorgd door een trommelende rapper uit het dorp. De rest van de avond brachten we door bij het kampvuur, kumbaya! We gingen maar niet meer naar het dorp, want we hadden eigenlijk allemaal een beetje een raar voorgevoel. Die nacht bleek waarom. Om 4 uur scheen Wen namelijk met haar zaklamp in mijn gezicht met de mededeling dat er iemand binnen geweest was. De charmante hut was zo open dat de deur ook niet op slot kon. Het was zo’n afgelegen stuk strand, dat leek wel veilig... Bij Kristel was al het geld uit haar moneybelt verdwenen, ze hadden zelfs de cordóbamunten van de euromunten weten te onderscheiden. Verder lag het een beetje overhoop, maar alle documenten had(den) ze/hij/zij netjes teruggestopt. Vrij bizar, maar we gingen toch enigszins geschrokken weer slapen, veel meer kun je ook niet doen op zo’n moment.


De volgende dag was het plan om nog even te relaxen en dan in de middag weer terug te gaan met de panga naar Big Corn. We werden echter de ochtend na de inbraak ook nog eens wakker van de storm en de regen. Ook dat nog! We hebben een paar uur op onze vliering gewacht, gepakt in dekens, maar droog of rustig werd het niet. Op een gegeven moment zijn we, tegen beter weten in, toch maar naar het dorp gelopen. Maar de panga ging natuurlijk niet, de autoriteiten hadden alle boten verboden te varen. Toen hebben we maar een hotelletje bij de pier genomen en daar twee volle dagen moeten wachten tot er een panga mocht gaan. Ons bounty-eilandgevoel had inmiddels plaatsgemaakt voor lichte bezorgdheid over het project. Dinsdagmiddag waren we pas op Big Corn, terwijl we maandag weer aan de bak hadden gewild in Puerto Cabezas. Balen!


Op het vliegveld van Big Corn bleek ook nog eens dat het eerstvolgende vliegtuig pas vrijdag naar Puerto zou gaan. Kristel moest echter vrijdag naar Nederland vliegen. Dat ging hem niet worden natuurlijk. Gelukkig kon ze voor donderdag een vlucht naar Managua boeken en konden de mensen in Puerto haar tas naar Managua sturen. Na ons neergelegd te hebben bij het feit dat we deze week totaal niks aan de bouw konden bijdragen, gingen we maar op zoek naar een hotelletje voor de komende dagen. Het stormde inmiddels behoorlijk, de golven sloegen over de weg heen. Gelukkig vonden we voor een mooi prijsje een prima kamer aan de andere kant van de weg. De volgende stap was eten zoeken, dus op naar een restaurantje. Maar nog vóórdat ik de eerste slok van mijn bier had genomen, kwamen er een paar toeristen binnenstormen die riepen dat er een tsunami-waarschuwing was afgekondigd voor het eiland. De radio ging aan en inderdaad, iedereen aan de kust werd gevraagd om te evacueren en naar het gemeentehuis te gaan. Hollanders als we zijn, werden de drankjes afgerekend en met een biertje in de hand gingen we over straat op zoek naar een soort noodrantsoen. Terwijl de doemscenario’s door mijn hoofd gingen, liepen we tegen de wind en regen in, voorzien van water en M&M’s, terug naar ons hotel. Gelukkig kregen we daar eindelijk een meevaller, het tsunami-alarm was alweer ingetrokken. Maar we hebben wel de avond doorgebracht voor de tv om de situatie in Haïti met meer interesse dan normaal te volgen.


Na deze bizarre dagen werd het gelukkig wat rustiger en konden we ons bij ons lot neerleggen, de week was verloren, maar laten we er het beste van maken. Woensdag waren er alweer wolken te onderscheiden aan de grijze lucht. Donderdagochtend vertrok Kristel al vroeg richting Managua en ironisch genoeg werd het die dag lekker weer. Wen en ik hebben toch nog een welverdiend dagje strand gehad en de vrijdagochtend zaten we vol spanning in het vliegtuigje terug naar Puerto. Hoe zou het er voor staan met de bouw? Onze telefoonaccu’s waren allang leeg en mijn telefoon had het door al het zeewater al helemaal begeven, dus contact was al enige dagen niet meer mogelijk. Aangekomen in Puerto was het dus even snel de grond kussen, meteen naar ‘huis’ en daarna in de taxi naar de bouwplaats. Wat een verschil! Inmiddels stonden er al kolommen, was het eerste deel van de tweede fundering gestort en er was al een heel spant in elkaar getimmerd. Supergaaf om te zien dat alles goed door is gelopen en dat we gewoon op schema lopen. Ik heb zelden zo’n warm welkom gehad als toen we weer de bouwplaats op liepen en iedereen ons begroette en de hand schudde. We hebben toch echt een mooie groep bij elkaar in onze wijk. Dat moeten we vasthouden!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten